
Toelichting tarieven
Toelichting tarieven 2026
De voor 2026 vastgestelde tarieven zijn gebaseerd op de op 19 september 2025 door het bestuur vastgestelde begroting. Deze tarieven zijn voorgelegd aan en goedgekeurd door de ministers van LNV en VWS.
De door COKZ gehanteerde tarieven 2026 zijn berekend op basis van de begroting 2026. Hieruit zijn de uurtarieven per afdeling berekend. Deze vertonen een stijging tussen de 3,6 en de 5,9%. De procentuele stijging in uurprijs verschilt per afdeling omdat de verwachte materiële en personele kostenstijgingen per afdeling wat verschillend kunnen zijn.
De individuele tarieven voor het bedrijfsleven worden berekend op basis van de hoeveelheid inzet van betrokken afdelingen en de daarmee samenhangende uurprijs. De factuur voor het bedrijfsleven zal dan ook een gelijkaardige stijging vertonen.
De gestegen kosten zijn enerzijds toe te schrijven aan de inflatie met de daaruit volgende loonstijgingen. Daarnaast wordt rekening gehouden met de verwachte operationele kosten en de ontwikkelingen in het toezicht en de nationale en EU-regelgeving met steeds strengere eisen i.v.m. cybersecurity en accreditatie-eisen.
De vermelde stijging van de uurtarieven COKZ betekent dat de meeste individuele tarieven in gelijkaardige orde stijgen. Hierbij zijn enkele uitzonderingen:
Bepaalde controles en opdrachten voor het COKZ worden door de overheid gefinancierd en niet bij het bedrijfsleven in rekening gebracht. Een uitzondering hierop zijn inspecties naar aanleiding van omissies, deze worden altijd bij het bedrijfsleven in rekening gebracht. Ook worden bepaalde specifieke kosten niet in de uurtarieven voor het bedrijfsleven doorgerekend. Een voorbeeld hiervan zijn kosten die gemaakt worden vanuit de Wet open overheid (Woo). Ook de kosten voor het tuchtgerecht worden uit de boetegelden gefinancierd en worden niet verwerkt in de COKZ-tarieven.
Hiervoor wordt vanuit de overheid een tegemoetkoming voorzien. De verwachting is dat ook een aantal andere onkostenposten die in een te ver verwijderd verband staan van de uitvoering van het toezicht vanaf 2026 door de overheid worden gefinancierd. Dit is een gevolg van de uitwerking van de CBB-uitspraak over NVWA en KDS die wordt doorgetrokken naar de ZBO’s. Dit is nog niet meegenomen in de huidige berekeningen en zal bij toekenning nog tot een demping van de voorgestelde tariefstijging leiden.
Op deze website staat een nadere uitleg over de opbouw van de tarieven.
Verduidelijking inzet diverse afdelingen:
De inzet van de afdelingen GV en S&E is meestal op basis van een uniforme normtijd die ofwel in het tarief is opgenomen of apart in rekening wordt gebracht. GV en S&E zijn ook betrokken bij de certificeringsactiviteiten en een deel van hun inzet wordt bijgevolg in de certificaattarieven opgenomen. Het uiteindelijke tarief is dus een samenstelling van de inzet van alle betrokken afdelingen binnen het COKZ. De kosten van de afdeling bedrijfsvoering zijn versleuteld in de uurtarieven van de andere afdelingen.
De goedkeuring van de COKZ-tarieven is in overeenstemming met artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen gelezen in samenhang met artikel 10.2, tweede lid, van de Wet Dieren jo. artikel 2.9, eerste lid, onder a, van het Besluit dierlijke producten jo de artikelen 8, tweede lid, 8a en 11, eerste en vierde lid, van de Landbouwkwaliteitswet jo. artikel 4.1 van de Regeling dierlijke producten en artikel 26b van de Landbouwkwaliteitsregeling 2007. Voor LNV betreft het de tarieven voor toezicht op de controle van zuivel en de afgifte van niet-veterinaire exportcertificaten voor zuivelproducten zoals vermeld in artikel 2.10 van het Besluit dierlijke producten en artikel 2.11 van de Regeling dierlijke producten (keuring en toezicht voor zuivel, eieren en vlees van pluimvee).
De VWS gerelateerde tarieven worden na goedkeuring door de minister VWS opgenomen in Warenwetregeling doorberekening kosten en gepubliceerd in de staatscourant. Voor COKZ betreft het de tarieven in artikelen 8 en 9, beiden lid 4 ; artikel 21, lid 9 en artikel 24 lid 2