Richtlijnen en Verordeningen

Richtlijnen en verordeningen van de Europese Unie

Als lidstaat van de EU is Nederland gebonden aan de regelgeving van de EU. Deze regelgeving is te onderscheiden in richtlijnen, verordeningen en beschikkingen.

Een richtlijn is gericht tot de lid-staten van de EU en is als zodanig meestal niet rechtstreeks van toepassing in de Nederlandse situatie. Richtlijnen moeten in de Nederlandse wetgeving worden geïmplementeerd. Soms wordt in de ‘Nederlandse vertaling’ van een richtlijn direct verwezen naar de tekst van de richtlijn.

Een verordening van de EU heeft directe werking voor de Nederlandse situatie; verordeningen mogen dan ook niet worden omgezet in Nederlandse wetgeving. Wel moet/mag Nederland als lidstaat van de EU het handelen in strijd met de verordening strafbaar stellen. Voor meer informatie zie EUR-Lex.

Na het kiezen van de juiste richtlijn of verordening op EUR-Lex dient u de meest recente documentversie op te roepen welke onder “Laatste geconsolideerde versie” staat vermeld.

De relevante EU-hygiëneverordeningen zijn:

  • Verordening (EG) Nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden. (PB L 31 van 01-02-2002)
  • Verordening (EG) Nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne.
    (PB L 139 van 30-04-2004, gerectificeerd in PB L 226 van 25 juni 2004)
  • Verordening (EG) Nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn. (PB L 165 van 30-04-2004, gerectificeerd in PB L 191 van 28 mei 2004)
  • Verordening (EG) Nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong. (PB L 139 van 30-04-2004, gerectificeerd in PB L 226 van 25 juni 2004)
  • Verordening (EG) Nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong. (PB L 139 van 30-04-2004, gerectificeerd in PB L 226 van 25 juni 2004)
  • Verordening (EG) nr. 2073/2005 van de Commissie van 15 november 2005 inzake microbiologische criteria voor levensmiddelen. (PB L 338 van 22.12.2005)

Deze verordeningen zijn in Nederland geïmplementeerd via het Warenwetbesluit Hygiëne van Levensmiddelen. Het COKZ is naast de NVWA de bevoegde autoriteit voor de controle op de naleving van de hygiënevoorschriften in de zuivelsector.

De EU-verordeningen en enkele Richtlijnen hebben betrekking op:

  • Hygiëne
  • Zuigelingenvoeding
  • Etikettering
  • Additieven, kleurstoffen en zoetstoffen
  • Bescherming van de benaming van melk en zuivelproducten bij het in de handel brengen
  • Oorsprongsbenamingen en specificiteitscertificering
  • Normen voor smeerbare vetproducten
  • Contaminanten en residuen